ECLI:NL:GHAMS:2023:2878
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- A. van Haeringen
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek partneralimentatie, woningtoedeling en deskundigenkosten na echtscheiding
Partijen zijn in 1990 gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2023 gescheiden. De rechtbank had de man veroordeeld tot betaling van partneralimentatie aan de vrouw en bepaalde de wijze van verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, waaronder toedeling van de woning aan de man onder voorwaarden.
De man kwam in hoger beroep en verzocht tevens om schorsing van de werking van de beschikkingen over partneralimentatie, woningtoedeling en de benoeming van een deskundige met voorschot. Hij stelde dat hij geen draagkracht heeft voor alimentatie, dat de termijn voor woningtoedeling te kort is en dat de kosten van de deskundige zijn onderneming kunnen beëindigen.
Het hof oordeelde dat geen kennelijke misslag in de beschikking van de rechtbank is gebleken. De belangenafweging wees uit dat het belang van de vrouw bij uitvoering zwaarder weegt dan het belang van de man bij schorsing. De man had onvoldoende onderbouwd dat hij in noodtoestand zou verkeren door uitvoering van de beschikkingen. Het verzoek tot schorsing werd daarom afgewezen.
Het hof bevestigde de Nederlandse rechtsmacht en het toepasselijke recht. De benoeming van een onafhankelijke deskundige werd gerechtvaardigd geacht gezien het ontbreken van overeenstemming over de waarde van de onderneming. De man had geen overtuigend bewijs geleverd dat het voorschot van € 8.500,- onredelijk was.
De beschikking werd op 28 november 2023 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam, waarbij het verzoek tot schorsing werd afgewezen en de uitvoering van de rechtbankbeschikkingen werd bevestigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de werking van de beschikkingen af en bevestigt de uitvoerbaarheid daarvan.