ECLI:NL:GHAMS:2023:2840

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 november 2023
Publicatiedatum
24 november 2023
Zaaknummer
23-002903-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging hoger beroep in strafzaak met aanvullende bewijsoverweging

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 november 2022. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen zijn veroordeling. Tijdens de terechtzitting op 10 november 2023 heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging.

Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, met een correctie in de bewezenverklaring en een aanvulling met een bewijsoverweging. De verdediging betoogde vrijspraak op basis van het signalement van de overvaller, dat overeen zou stemmen met dat van de verdachte. Het hof verwerpt dit verweer op grond van de verklaring van een getuige die een andere persoon als overvaller identificeert.

De getuige verklaarde een witte bestelauto te hebben gezien met twee onbekende mannen, waarbij de bijrijder zonder gezichtsbedekking werd herkend als de medeverdachte. Het signalement en een foto van de medeverdachte bevestigen deze waarneming. Het hof concludeert dat de verklaring van deze getuige betrouwbaar is en dat het verweer van de verdachte onvoldoende is om het vonnis te wijzigen.

Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 24 november 2023. De uitspraak bevestigt het eerdere vonnis met de genoemde aanvullingen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank met een aanvullende bewijsoverweging en verwerpt het verweer van de verdachte.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002903-22
datum uitspraak: 24 november 2023
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 november 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-152492-20 tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1998,
adres: [adres01] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
10 november 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof:
  • de kennelijke vergissing in de bewezenverklaring van feit 2, waarin is verzuimd de woorden ‘het aannemen van’ door te strepen, verbeterd leest;
  • het vonnis aanvult met de hierna volgende bewijsoverweging;
  • de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen vervangt door de bewijsmiddelen die na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Aanvullende bewijsoverweging

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij onder meer erop gewezen dat het door de getuige [getuige01] gegeven signalement van de overvaller, zijnde een man met zonnebril en een capuchon tot diep over zijn voorhoofd, overeenstemt met hetgeen zichtbaar is op de stills van de camerabeelden waarop de overvaller is te zien en met het signalement dat de verdachte in zijn aangifte op 25 april 2020 van de overvaller heeft gegeven voor zover dat inhoudt dat de overvaller zijn capuchon strak over zijn hoofd droeg. De verklaring van deze getuige biedt daarom steun aan de verklaring van de verdachte dat hij de overvaller in het busje niet heeft herkend als [medeverdachte] vanwege de door hem gedragen gezichtsbedekking.
Het hof verwerpt dit verweer.
De getuige [getuige02] heeft verklaard dat zij een witte caddy (het hof begrijpt: een witte bestelauto) op hoge snelheid en in zijn achteruit de Aagje Dekenlaan in zag rijden. Zij liep naar de auto toe, omdat zij dacht dat haar buurman in de auto zat. Zij zag toen dat er twee mannen in de auto zaten die voor haar onbekend waren. Volgens de getuige [getuige02] leek het alsof de twee mannen bij elkaar hoorden. Ze zaten beiden op hun gemak in de auto. Zij heeft de persoon op de bijrijdersstoel – de vermeende overvaller van wie inmiddels vaststaat dat het [medeverdachte] betrof – omschreven als een tengere man van ongeveer 1.70 meter lang met een licht getinte huidskleur en een dunne snor. Deze persoon was tengerder dan de bestuurder. Laatstgenoemde had een boller hoofd. Over de omstandigheden waaronder [getuige02] haar waarnemingen deed, heeft zij verklaard dat zij met haar hoofd tegen het raam van de bijrijderskant stond op ongeveer 10 cm van het gezicht van de bijrijder. De bijrijder keek haar recht aan en hij had geen zonnebril of masker op.
Het door de getuige [getuige02] gegeven signalement komt overeen met de foto van [medeverdachte] van 8 juni 2020 op de ID-staat SKDB van 10 juni 2020 (doorgenummerde p. 1172). Op deze foto is te zien dat [medeverdachte] een licht getinte man is met een dunne snor. Het hof heeft ter terechtzitting het gezicht van [medeverdachte] op deze foto vergeleken met het gezicht van de verdachte en waargenomen dat het gezicht van [medeverdachte] smaller oogt dan dat van de verdachte. Het hof ziet hierin bevestigd dat [getuige02] haar niet door gezichtsbedekking belemmerde waarnemingen heeft kunnen doen.
Hetgeen de raadsman in hoger beroep voor het overige heeft aangevoerd, brengt het hof niet tot andere overwegingen of beslissingen dan de rechtbank.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigthet vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. R. Kuiper en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Vermeijden en mr. S. Bonset, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 november 2023.
Mrs. Van der Voet en Bonset zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.