De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het witwassen van een geldbedrag van 43.900 euro, aangetroffen in een tas in een oven en in een heuptas in haar woning. In hoger beroep voerde de verdediging aan dat de inbeslagname onrechtmatig was vanwege een vermeend vormverzuim bij het openen van de oven zonder rechterlijke machtiging, wat zou moeten leiden tot bewijsuitsluiting en vrijspraak.
Het hof oordeelde echter dat het openen van de oven gerechtvaardigd was ter inbeslagneming van de tas die daarin lag, en dat het bekijken van de inhoud van de tas een onderzoek aan een inbeslaggenomen goed betrof, geen doorzoeking. Hierdoor was geen sprake van een vormverzuim. Daarnaast stelde het hof vast dat het geldbedrag, gezien de coupures en foto's op de telefoon van de verdachte, een vermoeden van witwassen rechtvaardigde, terwijl de verdachte geen verklaring gaf.
Het hof verklaarde bewezen dat de verdachte het geldbedrag van 43.900 euro in bezit had terwijl zij wist dat dit afkomstig was uit enig misdrijf. De strafbaarheid werd bevestigd en de verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken met aftrek van voorarrest, gelijk aan de straf in eerste aanleg. Tevens werd het geldbedrag verbeurd verklaard.
Het hof verwierp het verzoek tot strafvermindering en een voorwaardelijke straf vanwege de ernst van het feit en het ontbreken van verantwoordelijkheid van de verdachte. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 31 oktober 2023.