ECLI:NL:GHAMS:2023:2748
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vervangende toestemming verhuizing minderjarige naar andere plaats
De zaak betreft een geschil tussen ouders met gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, waarbij de moeder vervangende toestemming heeft gevraagd om met het kind te verhuizen naar een andere plaats. De rechtbank had deze toestemming verleend, hetgeen de vader in hoger beroep betwistte. Het hof heeft de belangen van het kind en de ouders afgewogen, waarbij het belang van de moeder om met haar partner een gezinsleven op te bouwen zwaarder werd geacht dan het belang van de vader en het kind om in de huidige woonomgeving te blijven.
De vader stelde dat de verhuizing nadelige gevolgen zou hebben voor de zorgregeling en de binding van het kind met zijn huidige omgeving, maar het hof vond dat de contactmomenten grotendeels gehandhaafd konden blijven en dat het kind ook vertrouwd is met de nieuwe omgeving. Het verzoek van de vader om een co-ouderschapsregeling vast te leggen werd afgewezen, evenals zijn subsidiaire verzoeken tot wijziging van de hoofdverblijfplaats en zorgregeling, omdat deze niet ontvankelijk waren.
Het hof benadrukte het belang van communicatie tussen de ouders via mediation om spanningen te verminderen en de zorg voor het kind te optimaliseren. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De bestreden beschikking werd bekrachtigd en de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn subsidiaire verzoeken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking waarbij aan de moeder vervangende toestemming is verleend om met de minderjarige te verhuizen en verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn subsidiaire verzoeken.