ECLI:NL:GHAMS:2023:2672

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 oktober 2023
Publicatiedatum
13 november 2023
Zaaknummer
23-000516-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 36f SrArt. 300 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor mishandeling tijdens uitgaansavond in Alkmaar

Op 4 december 2022 vond een mishandeling plaats tijdens een uitgaansavond in Alkmaar waarbij de verdachte betrokken was. De rechtbank Noord-Holland veroordeelde de verdachte aanvankelijk, maar het hof Amsterdam behandelde het hoger beroep op 24 oktober 2023.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, poging zware mishandeling, omdat dit niet bewezen was. Wel werd de verdachte veroordeeld voor het subsidiair bewezenverklaarde feit van mishandeling.

De straf bestaat uit een taakstraf van 120 uur en 60 dagen hechtenis, waarbij de hechtenis kan worden vervangen indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht. Daarnaast werd de verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 764,99 aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 4 december 2022.

Het hof bepaalde tevens dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat zij die vordering alleen bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De duur van de gijzeling werd vastgesteld op maximaal 15 dagen, waarbij de betalingsverplichting aan de Staat niet vervalt door toepassing van gijzeling.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld voor mishandeling met taakstraf en hechtenis, vrijgesproken van poging zware mishandeling.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 15-315625-22
parketnummer hoger beroep : 23-000516-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 24 oktober 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 februari 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte]
voornamen:
geboren: op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] ([geboorteland])
adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:
mishandeling.
Gepleegd op 4 december 2022 te Alkmaar.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 9, 22c, 22d, 36f en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 764,99 (zevenhonderdvierenzestig euro en negenennegentig cent) bestaande uit € 14,99 (veertien euro en negenennegentig cent) materiële schade en € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], ter zake van het subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 764,99 (zevenhonderdvierenzestig euro en negenennegentig cent) bestaande uit € 14,99 (veertien euro en negenennegentig cent) materiële schade en € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 15 (vijftien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 4 december 2022.
Gewezen door mr. R.A.E. van Noort, in bijzijn van mr. A.C. Vermeijden, griffier.
mr. R.A.E. van Noort