ECLI:NL:GHAMS:2023:2667
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder met afwijzing omgangsregeling vader
In deze zaak staat het geschil tussen ouders over het gezag en de omgang met hun twee minderjarige kinderen centraal. De ouders zijn gescheiden en oefenden tot de beschikking gezamenlijk gezag uit. De moeder verzocht het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te wijzen. De vader ging hiertegen in hoger beroep en verzocht tevens om een zorgregeling voor omgang met de kinderen.
De rechtbank had reeds het gezamenlijk gezag beëindigd en de moeder het eenhoofdig gezag gegeven, terwijl de omgangsregeling werd gewijzigd in het geheel niet vaststellen van omgang. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde dit besluit te bekrachtigen, mede vanwege de langdurig verstoorde verstandhouding tussen de ouders en het feit dat de kinderen geen contact wensen met de vader.
Het hof bevestigt dat het gezamenlijk gezag niet langer houdbaar is vanwege het langdurige conflict en het ontbreken van contact tussen vader en kinderen. De kinderen zijn emotioneel belast en wensen geen omgang met de vader. Het opleggen van een omgangsregeling zou tegen hun zwaarwegende belangen ingaan. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking en wijst het hoger beroep van de vader af, met het oog op het welzijn van de kinderen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het beëindigen van het gezamenlijk gezag en wijst het eenhoofdig gezag toe aan de moeder, terwijl een omgangsregeling met de vader wordt afgewezen.