ECLI:NL:GHAMS:2023:2633

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 oktober 2023
Publicatiedatum
7 november 2023
Zaaknummer
23-001024-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
Verwijzingen
13 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen taakstraf wegens diefstal en lokaalvredebreuk

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam is de verdachte veroordeeld voor meerdere feiten van lokaalvredebreuk en winkeldiefstal. De politierechter legde een gevangenisstraf van één maand op, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal vorderde een taakstraf van 120 uren, subsidiair hechtenis, terwijl de raadsman wees op de mogelijk verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte wegens een manische periode en verzocht toepassing van artikel 63 Sr Pro.

Het hof heeft de ernst van de feiten en de overlast voor de omgeving meegewogen, maar achtte de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zodanig gewijzigd dat een taakstraf passend is. Het vonnis van de politierechter wordt bevestigd behalve de straf, die wordt vervangen door een taakstraf van 60 uren met een proeftijd van twee jaar.

De opgelegde taakstraf wordt verminderd met de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per dag voorarrest. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 10 oktober 2023.

Uitkomst: Het hof legt een taakstraf van 60 uren op met een proeftijd van twee jaar, in plaats van de eerder opgelegde gevangenisstraf van één maand.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001024-22
datum uitspraak: 10 oktober 2023
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 april 2022 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-011866-22 (zaak A), 13-017310-22 (zaak B), 13-027490-22 (zaak C), 13-030178-22 (zaak D), 13-030628-22 (zaak E) en 13-030816-22 (zaak F) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1968,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
26 september 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straf - in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen zal aanpassen in een aanvulling op dit verkort arrest, indien beroep in cassatie wordt ingesteld.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand, met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair te vervangen door 60 dagen hechtenis, waarvan voorwaardelijk 60 uren, subsidiair te vervangen door 30 uren hechtenis, met een proeftijd van 2 jaar en met aftrek van het voorarrest.
De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de mogelijk verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte nu hij ten tijde van de feiten in een manische periode verkeerde en met de toepassing van artikel 63 Wetboek Pro van strafrecht.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich in korte tijd vier keer schuldig gemaakt aan lokaalvredebreuk en twee keer aan een winkeldiefstal. Dit zijn vervelende en ernstige feiten die hebben gezorgd voor onrust en hinder bij de winkeliers, medewerkers van hulpinstanties en de nabije omgeving.
Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde acht het hof de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één maand in beginsel passend.
Het hof ziet echter in de sterk gewijzigde persoonlijke omstandigheden - zoals deze door de verdachte en zijn raadsman ter terechtzitting naar voren zijn gebracht - aanleiding een taakstraf op te leggen in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof hoopt op die manier de verdachte op de in positieve zin ingeslagen weg te houden.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63, 138, 139 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigthet vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Vernietigtde eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 24 januari 2022 onder CJIB nummer [nummer]
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigthet vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. M.J.A. Plaisier en mr. A.R.O. Mooy, in tegenwoordigheid van mr. I. Peetoom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 oktober 2023.
mrs. N.E. Kwak, A.R.O. Mooy en I. Peetoom zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.