ECLI:NL:GHAMS:2023:2536
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding voor vermeende schade bij wrappen auto
Appellant gaf geïntimeerde opdracht om zijn auto te wrappen, maar haalde deze voortijdig op en klaagde vervolgens over schade. Hij vorderde een schadevergoeding van €8.542,67.
De kantonrechter wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs. Appellant voerde hoger beroep aan, maar het hof oordeelde dat de auto al beschadigd was bij aanvang van de opdracht, mede gelet op een whatsappgesprek en foto’s van vóór de opdracht.
Het hof vond dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat geïntimeerde schade had veroorzaakt tijdens het wrappen. De eerdere schade was niet adequaat hersteld en de overgelegde stukken boden geen overtuigend bewijs van nieuwe schade.
Daarom werd het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat schade tijdens het wrappen is ontstaan.