ECLI:NL:GHAMS:2023:2506
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing van bewind wegens wegvallen problematische schulden en geen gokverslaving
De betrokkene was onder bewind gesteld wegens verkwisting en problematische schulden, nadat hij financiële problemen had door de toeslagenaffaire en de tijdelijke inwoning van zijn dementerende moeder. De kantonrechter stelde het bewind in voor vijf jaar met benoeming van een bewindvoerder.
De betrokkene kwam in hoger beroep en verzocht primair om opheffing van het bewind, subsidiair om benoeming van een familielid als bewindvoerder. Tijdens de zitting werd toegelicht dat de schulden inmiddels zijn kwijtgescholden en dat er geen sprake is van een gokverslaving, zoals de bewindvoerder had gesteld.
Het hof oordeelde dat ten tijde van de onderbewindstelling sprake was van problematische schulden en dat het bewind toen terecht was ingesteld. Echter, na kwijtschelding van de schulden en het ontbreken van een gokverslaving, is de noodzaak voor het bewind komen te vervallen. Het hof vernietigde de beschikking van de kantonrechter en hief het bewind op met onmiddellijke ingang.
Uitkomst: Het hof heft het bewind op omdat de betrokkene geen problematische schulden meer heeft en geen gokverslaving blijkt.