ECLI:NL:GHAMS:2023:2464
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake eigendom gouden sieraden na echtscheiding
Partijen, gehuwd in 2020 zonder huwelijkse voorwaarden, zijn in 2022 gescheiden. Het geschil betreft de eigendom en verdeling van gouden sieraden (ketting en tien armbanden) die de man voor het huwelijk kocht. De rechtbank had geoordeeld dat het goud een bruidsgave was en tot het privévermogen van de vrouw behoorde.
De man stelde in hoger beroep dat geen schenking had plaatsgevonden omdat het huwelijksfeest niet doorging en betwistte het begrip bruidsgave onder Nederlands recht. Het hof oordeelde dat het Nederlandse recht het begrip bruidsgave niet kent en dat niet vaststaat dat de man het goud aan de vrouw heeft geschonken. Daarom behoort het goud niet tot het privévermogen van de vrouw zoals de rechtbank had vastgesteld.
De vordering van de man tot terugbetaling van € 15.500,- wegens kosten voor het huwelijksfeest werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing. Het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof vernietigde het deel van de beschikking over de eigendom van het goud en bekrachtigde de rest van de beschikking. Een veroordeling tot afgifte van het goud aan de vrouw werd niet uitgesproken omdat daartoe geen verzoek was gedaan.
Uitkomst: Het hof vernietigt het oordeel dat het goud tot het privévermogen van de vrouw behoort en bekrachtigt de overige beslissingen.