Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
“ICM”) vermeld. [appellant] staat op deze overeenkomst als contactpersoon aangeduid.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de nakoming van twee overeenkomsten van bruikleen/verhuur van mobiele telefoons centraal. De appellant stelde dat hij beide telefoons aan de geïntimeerde had verhuurd en dat de huurtermijnen niet waren voldaan. De eerste overeenkomst was gesloten door ICM International Oil Company, waarbij appellant als contactpersoon was vermeld, en de tweede overeenkomst rechtstreeks tussen appellant en geïntimeerde.
De kantonrechter wees de vordering tot teruggave van de iPhone 6 toe, maar wees de overige vorderingen af. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel partij was bij de eerste overeenkomst omdat hij enig aandeelhouder en vertegenwoordiger van ICM was, en dat de geïntimeerde de huurachterstand moest betalen.
Het hof oordeelde dat het feit dat appellant ICM mocht vertegenwoordigen niet betekent dat hij zelf partij was bij de eerste overeenkomst, die door ICM was gesloten. Tevens faalde het beroep op de huurachterstand omdat appellant onvoldoende had gespecificeerd welke termijnen onbetaald waren, terwijl hij zelf verklaarde dat een deel was voldaan. Hierdoor was niet voldaan aan de stel- en bewijslast.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep, die nihil werden begroot aan de zijde van geïntimeerde.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep en wijst de grieven van appellant af.