ECLI:NL:GHAMS:2023:2332
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over zorg- en vakantie- en feestdagenregeling na echtscheiding
Partijen zijn gescheiden ouders die gezamenlijk het gezag uitoefenen over hun minderjarige kind, met hoofdverblijfplaats bij de moeder. In het ouderschapsplan is een zorgregeling en een globale vakantiebepaling opgenomen. De vader vorderde nakoming van de zorgregeling en een specifieke vakantie- en feestdagenregeling, waarbij de voorzieningenrechter een dwangsom oplegde voor niet-nakoming.
De moeder kwam in hoger beroep tegen de dwangsom en de vakantieafspraken, stellende dat zij in het belang van het kind handelt en dat een financiële prikkel niet nodig is. Het hof oordeelde dat de moeder de zorgregeling niet altijd nakomt en dat de dwangsom daarom gehandhaafd blijft. Wel werd een nieuwe, gedetailleerde vakantie- en feestdagenregeling vastgesteld, die het wisselen van verblijfsperiodes in even en oneven jaren regelt.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover de vakantie- en feestdagenregeling werd afgewezen en stelde de regeling vast zoals voorgesteld door de vader, met enkele aanpassingen in overleg met de moeder. De dwangsom voor de vakantieafspraken werd afgewezen omdat partijen het grotendeels eens zijn over de nieuwe regeling. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het hof handhaaft de dwangsom voor de zorgregeling en stelt een gedetailleerde vakantie- en feestdagenregeling vast.