ECLI:NL:GHAMS:2023:2290
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatie bij ouders die nooit samenleefden
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van een man tegen een beschikking van de rechtbank waarin hij werd veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie van 199 euro per maand voor zijn minderjarige kind. De ouders hebben nooit in gezinsverband samengeleefd. De man betwistte het bedrag en verzocht om een lagere alimentatie van 25 euro per maand.
Het hof stelde vast dat de behoefte van het kind wordt berekend op basis van het gemiddelde van de behoeften bij beide ouders afzonderlijk, rekening houdend met het netto besteedbaar inkomen en het fictieve kindgebonden budget. De man had een wisselend inkomen als zzp’er, gemiddeld 18.235 euro per jaar, wat leidde tot een netto besteedbaar inkomen van 1.473 euro per maand plus een fictief kindgebonden budget van 375 euro. De vrouw ontvangt een uitkering van 1.025 euro per maand plus hetzelfde kindgebonden budget.
De behoefte van het kind werd vastgesteld op 158 euro per maand. Het hof hield geen rekening met bijzondere kosten voor allergieën omdat deze niet voldoende waren onderbouwd. De draagkracht van de man werd vastgesteld op 59 euro per maand, terwijl de vrouw geen draagkracht had vanwege haar uitkering. De man heeft recht op een zorgkorting van 15%, maar vanwege het tekort aan gezamenlijke draagkracht moet hij bijdragen tot het volledige bedrag van zijn draagkracht.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking en stelde de kinderalimentatie vast op 59 euro per maand met ingang van 23 december 2022. Het verzoek tot schorsing van de beschikking werd afgewezen.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld op 59 euro per maand met ingang van 23 december 2022.