ECLI:NL:GHAMS:2023:2262
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige bevestigd
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van haar twee minderjarige kinderen. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing waren reeds door de kinderrechter verlengd en door het hof bekrachtigd. De moeder betwistte met name de noodzaak van verlenging voor minderjarige 2, die in een gezinshuis verblijft.
Het hof oordeelt dat de gronden voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige 2 nog steeds aanwezig zijn. Uit onderzoek blijkt dat minderjarige 2 kampt met ernstige hechtingsproblematiek en angstsymptomen, waarvoor gespecialiseerde hulpverlening noodzakelijk is. De moeder is onvoldoende in staat om tijdens omgangsmomenten de benodigde veiligheid en responsiviteit te bieden.
De moeder is niet-ontvankelijk verklaard voor het hoger beroep over minderjarige 1, omdat zij dit deel van het beroep heeft ingetrokken. Het verzoek van moeder tot een contra-expertise op grond van art. 810a lid 2 Rv is afgewezen, omdat een dergelijk onderzoek het belang van minderjarige 2 zou schaden door onzekerheid en stagnatie in de traumatherapie.
Het hof benadrukt het belang van duidelijkheid over de opvoedingssituatie en gezagsvoorziening voor minderjarige 2, gezien de langdurige uithuisplaatsing en traumatische achtergrond. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en het hoger beroep voor zover het betrekking heeft op minderjarige 1 wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige 2 en verklaart het hoger beroep over minderjarige 1 niet-ontvankelijk.