Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2023:2142

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 september 2023
Publicatiedatum
14 september 2023
Zaaknummer
23-001708-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep diefstal geldbedrag via misbruik creditcardgegevens

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal van een geldbedrag van €360 door het onbevoegd gebruik van creditcardgegevens van het slachtoffer.

De verdachte had op 30 september 2020 te Haarlem het geldbedrag weggenomen met het oogmerk zich dit wederrechtelijk toe te eigenen. Het hof achtte de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen op basis van onder meer de bekennende verklaring van verdachte en diverse proces-verbalen van aangifte en getuigenverhoren.

Hoewel het hof dezelfde bewezenverklaring als de rechtbank onderschreef, vernietigde het het vonnis om proceseconomische redenen en legde het een andere straf op. Gezien de ernst van het feit, eerdere veroordelingen en de positieve ontwikkeling van verdachte, koos het hof voor een combinatie van een taakstraf van 60 uur en een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen.

Daarnaast werd een in beslag genomen telefoon van verdachte verbeurd verklaard. Het hof constateerde een overschrijding van de redelijke termijn, maar verbond hieraan geen gevolgen. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf werd omgezet in een taakstraf, rekening houdend met persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 60 uur taakstraf en 30 dagen gevangenisstraf waarvan 25 dagen voorwaardelijk.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001708-21
datum uitspraak: 12 september 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 8 juni 2021 in de strafzaak onder de parketnummers 15-247659-20 en 10-131166-18 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
29 augustus 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 30 september 2020 te Haarlem een geldbedrag van €360, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik van de creditcard en/of creditcardgegevens, voorzien van het nummer [nummer] en/of ten name van [slachtoffer].
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd om proceseconomische redenen, nu het hof weliswaar in de kern tot dezelfde bewezenverklaring komt als de rechter in eerste aanleg, maar andere straffen oplegt en de bewijsmotivering, de bewijsmiddelen en de strafmotivering aanpassing behoeven, zodat het partieel bevestigen van het vonnis een te weinig overzichtelijk samenstel aan beslissingen en motiveringen zou opleveren.

Bewijsvoering

Aangezien de verdachte het tenlastegelegde heeft bekend en door of namens hem ten aanzien van dat feit geen vrijspraak is bepleit, zal op de voet van artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering worden volstaan met de navolgende opgave van de bewijsmiddelen. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende bewijsmiddelen zijn vervat.
1.
De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 29 augustus 2023.
2.
Een proces-verbaal van aangifte van 2 oktober 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, dossierpagina 4.
3.
Een proces-verbaal van bevindingen van 2 oktober 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren, dossierpagina’s 19 en 20.
4.
Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 2 oktober 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, dossierpagina’s 10 tot en met 13.
5.
Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 2 oktober 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, dossierpagina’s 14 en 15.
6.
Een proces-verbaal van bevindingen van 5 november 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, dossierpagina’s 56 en 57.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 30 september 2020 te Haarlem een geldbedrag van € 360,00, dat toebehoorde aan [slachtoffer], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik van de creditcardgegevens, voorzien van het nummer [nummer] en ten name van [slachtoffer].
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straffen en vordering tenuitvoerlegging

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, onder het stellen van bijzondere voorwaarden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd en eveneens de vordering tenuitvoerlegging toe te wijzen.
De raadsvrouw heeft ten aanzien van de strafoplegging verzocht:
  • primair toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, gelet op de omstandigheden van het geval en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte;
  • subsidiair een straf op te leggen gelijk aan het voorarrest;
  • meer subsidiair een taakstraf op te leggen in combinatie met een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, zodat het taakstrafverbod kan worden omzeild;
  • in ieder geval geen bijzondere voorwaarden te stellen en rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn.
De raadsvrouw heeft verder ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging verzocht primair deze af te wijzen en subsidiair de proeftijd te verlengen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een geldbedrag van een Noors slachtoffer, door haar creditcardgegevens te bemachtigen en deze te misbruiken voor het doen van een betaling. Aldus heeft de verdachte geen respect getoond voor andermans eigendomsrecht. Een misdrijf als het onderhavige veroorzaakt ernstige hinder, zowel bij aangeefster in het bijzonder als in het betalingsverkeer in het algemeen. Het hof rekent dit de verdachte aan.
Gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden van het geval ligt in beginsel oplegging van een gevangenisstraf in de rede. Dit geldt temeer nu blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 8 augustus 2023 de verdachte eerder ter zake van frauduleuze delicten onherroepelijk is veroordeeld. Het hof acht gelet daarop het toepassing geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, zoals dat door de raadsvrouw is voorgesteld, niet aan de orde als een passende afdoeningswijze.
Het hof zal desondanks niet voor oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kiezen. De verdachte heeft het hof ervan overtuigd dat hij zijn leven weer op orde heeft. Hij heeft dit ter terechtzitting in hoger beroep toegelicht en onderbouwd met stukken. Dat de verdachte in zijn leven een positief pad is ingeslagen, vindt steun in voornoemd uittreksel uit de Justitiële Documentatie, waaruit blijkt dat hij al ruim een jaar niet meer met politie of justitie in aanraking is gekomen. Het hof wil deze positieve ontwikkeling van de verdachte niet doorkruizen door een straf op te leggen waardoor de verdachte terug zou moeten naar de gevangenis.
Derhalve acht het hof, gelet op het vorenstaande, oplegging van de combinatie van een taakstraf en een (grotendeels voorwaardelijke) gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden, waarbij het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf de duur van het voorarrest niet overstijgt. Naar het oordeel van het hof worden op die manier de strafdoelen van vergelding en speciale preventie op een verantwoorde wijze met elkaar in evenwicht gebracht en wordt aan de verdachte het vertrouwen gegeven de ingezette positieve ontwikkeling in zijn leven te bestendigen.
Redelijke termijn
Het hof stelt vast dat er in hoger beroep sprake is geweest van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. De verdachte heeft namelijk op 9 juni 2021 hoger beroep ingesteld, terwijl het hof op 12 september 2023 – twee jaren en ruim drie maanden later – arrest wijst. Het hof stelt echter vast dat deze overschrijding met name heeft plaatsgevonden doordat de verdachte ten tijde van de inhoudelijke behandeling die in 2021 had moeten plaatsvinden, gedetineerd was in Duitsland vanwege een verdenking van een opiumdelict aldaar. Het hof constateert dus een overschrijding van de redelijke termijn, maar zal aan die constatering geen gevolgen verbinden.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 25 februari 2019 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de bij vonnis van 25 februari 2019 vastgestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Als uitgangspunt geldt dat het voor de effectiviteit en de geloofwaardigheid van de regeling omtrent voorwaardelijke straffen en de daarbij behorende algemene (en bijzondere) voorwaarden, essentieel is dat overtreding van deze voorwaarden niet vrijblijvend is en dat daaraan consequenties worden verbonden. Daarom ligt het gelasten van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf in beginsel in de rede.
Het hof zal echter in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van deze vrijheidsstraf een taakstraf van hierna te melden duur gelasten, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals het hof daarover hiervoor heeft overwogen.

Beslag

Het bewezenverklaarde is begaan met behulp van een in beslag genomen en niet teruggegeven telefoon. Deze telefoon behoort de verdachte toe. Het zal daarom worden verbeurd verklaard.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
25 (vijfentwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis.
Verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1 stk GSM (Omschrijving: G1192497, zwart, merk: Samsung).
Beveelt in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 25 februari 2019 met parketnummer 10-131166-18, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand, een
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. A.W.T. Klappe en mr. P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van
mr. R.J. den Arend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
12 september 2023.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]