ECLI:NL:GHAMS:2023:1937
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verval machtiging uithuisplaatsing na instemming raad met beëindiging GI
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van hun minderjarige kind. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming waren betrokken als verweerster en adviserende instantie. De minderjarige was sinds december 2022 onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst vanwege een zorgelijk opvoedklimaat.
De GI verlengde de machtiging tot uithuisplaatsing tot 16 september 2023, maar de raad stemde op 5 juli 2023 schriftelijk in met het voorgenomen besluit tot beëindiging van deze machtiging. Hierdoor verviel de verlenging vanaf die datum. Het hof oordeelde dat de ouders geen belang meer hadden bij de beoordeling van de periode na 5 juli 2023 en beperkte de beoordeling tot de periode van 16 maart tot 5 juli 2023.
Het hof concludeerde dat de machtiging tot uithuisplaatsing in deze periode noodzakelijk was in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Er was sprake van een langdurig zorgelijk opvoedklimaat met conflicten en huiselijk geweldsindicaties. De minderjarige stond niet open voor contactherstel, ondanks pogingen van hulpverlening. Na eigen initiatief van de minderjarige keerde zij op 5 mei 2023 terug naar huis, maar er bleef zorg over toekomstige escalaties.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking voor zover deze ziet op de verlenging tot 5 juli 2023 en verklaarde dat de machtiging daarna is komen te vervallen door instemming van de raad met beëindiging van de GI.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 5 juli 2023 waarna deze verviel door instemming van de raad met beëindiging van de GI.