ECLI:NL:GHAMS:2023:1925
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijk onredelijke opzegging na langdurige arbeidsongeschiktheid, wel vergoeding niet-opgenomen vakantiedagen
In deze zaak stond de vraag centraal of de opzegging van de arbeidsovereenkomst door KLM Catering Services Schiphol B.V. (KCS) aan [appellant], na een langdurige arbeidsongeschiktheid, kennelijk onredelijk was. [Appellant] voerde aan dat zijn langdurige dienstverband, de arbeidsongeschiktheid door een arbeidsongeval, onvoldoende re-integratie-inspanningen van KCS en de financiële gevolgen van het ontslag de opzegging onredelijk maakten.
De kantonrechter had reeds geoordeeld dat KCS niet aansprakelijk was op grond van artikel 7:658 BW Pro en dat de opzegging niet kennelijk onredelijk was, mede omdat KCS een loonsanctie had gekregen en [appellant] daardoor langer doorbetaald kreeg. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde vast dat KCS geen verwijt treft voor het ontstaan of voortduren van de arbeidsongeschiktheid en dat de re-integratie-inspanningen niet tekortschoten.
Wel werd geoordeeld dat [appellant] recht heeft op een bruto vergoeding van € 4.220,- voor niet-opgenomen vakantiedagen, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente vanaf 1 december 2015. De proceskosten worden in appel gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht door de vergoeding toe te kennen en het meer of anders gevorderde af te wijzen.
Uitkomst: Opzegging niet kennelijk onredelijk, maar vergoeding van €4.220,- bruto voor niet-opgenomen vakantiedagen toegekend.