ECLI:NL:GHAMS:2023:1877
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Benoeming bewindvoerder volgens uitdrukkelijke voorkeur van rechthebbende bevestigd
In deze civiele zaak in hoger beroep staat de benoeming van een bewindvoerder voor [kind], een minderjarige met een autismespectrumstoornis en PTSS, centraal. De kantonrechter had de vrouw, moeder van [kind], benoemd tot bewindvoerder en mentor. De man, vader van [kind], betwistte deze benoeming en verzocht om een onafhankelijke bewindvoerder.
Het hof oordeelt dat [kind] voldoende in staat is zijn voorkeur kenbaar te maken en dat zijn uitdrukkelijke voorkeur uitgaat naar de vrouw als bewindvoerder. De man voerde aan dat vanwege de stoornissen van [kind] en hun verleden de vrouw niet geschikt zou zijn, maar het hof vond deze argumenten onvoldoende concreet en onvoldoende onderbouwd.
Het hof benadrukte dat de vrouw als bewindvoerder wettelijk verplicht is jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen en dat er geen gegronde redenen zijn die zich tegen haar benoeming verzetten. De vrees van de man voor wanbeheer en invloed op zijn ondernemingen acht het hof niet aannemelijk. De beschikking van de kantonrechter wordt dan ook bekrachtigd.
De zaak toont het belang van het respecteren van de wil van de rechthebbende bij bewindvoering en de zorgvuldige afweging van belangen bij geschillen tussen ouders over de financiële vertegenwoordiging van een minderjarige met een beperking.
Uitkomst: De beschikking van de kantonrechter wordt bekrachtigd en de vrouw wordt benoemd tot bewindvoerder volgens de uitdrukkelijke voorkeur van [kind].