De personeelsgeleding van de deelraad van regio Den Haag (PDR) heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Landelijke Commissie van Geschillen Wms, waarin werd geoordeeld dat de PDR niet bevoegd was en niet-ontvankelijk in haar verzoek tot instemming bij de verdeling van de arbeidsmarkttoelage.
De arbeidsmarkttoelage is een extra bekostiging bedoeld om het werk op scholen met een groter risico op onderwijsachterstanden aantrekkelijker te maken. Het bevoegd gezag had besloten de toelage naar rato van de betrekkingsomvang te verdelen over al het personeel, wat de PDR betwistte als strijdig met de regeling en het instemmingsrecht opeiste.
De Commissie oordeelde dat de verdeling een onderwerp van gemeenschappelijk belang is voor de meerderheid van de scholen en dat het instemmingsrecht daarom toekomt aan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (PMR), niet aan de PDR. De Ondernemingskamer bevestigt dit oordeel en wijst het beroep van de PDR af, omdat het instemmingsrecht op grond van de Wet medezeggenschap op scholen (Wms) en de toepasselijke cao PO aan de PMR toekomt.
De inhoudelijke juistheid van het besluit over de verdeling van de arbeidsmarkttoelage staat niet ter beoordeling. De procedure richt zich uitsluitend op de vraag wie bevoegd is tot instemming. De Ondernemingskamer concludeert dat de PDR niet-ontvankelijk is en dat het beroep daarom wordt afgewezen.