ECLI:NL:GHAMS:2023:1670
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verzoek schorsing voorlopige hechtenis
In deze zaak heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis door de rechtbank Amsterdam. Het hof heeft onderzocht of dit hoger beroep ontvankelijk is, mede omdat eerder in hetzelfde strafproces al hoger beroep was ingesteld tegen een afwijzing van een verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis.
Op grond van artikel 87, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan een verdachte slechts eenmaal in hoger beroep komen tegen een afwijzende beslissing op een verzoek tot schorsing of opheffing van voorlopige hechtenis. Dit betekent dat de verdachte een keuze moet maken en niet tegen beide beslissingen beroep kan instellen. Het hof oordeelt dat deze appelrestrictie ook geldt voor beslissingen genomen in raadkamer en ter terechtzitting.
De wetgever heeft met artikel 406, tweede lid, Sv een beperkte mogelijkheid gecreëerd voor hoger beroep tegen ter terechtzitting genomen beslissingen omtrent voorlopige hechtenis, maar dit leidt niet tot onbeperkt beroep. Het hof concludeert dat het nu ingestelde hoger beroep niet ontvankelijk is omdat er al eerder een hoger beroep was ingesteld tegen een afwijzing van een verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis.
Daarom verklaart het hof het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk. De beschikking is gegeven door de raadkamer van het hof op 12 juli 2023.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk wegens eerdere appelrestrictie volgens artikel 87 lid 2 Sv.