ECLI:NL:GHAMS:2023:1624
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en verkoop echtelijke woning na echtscheiding
Partijen zijn in 2002 in gemeenschap van goederen gehuwd en zijn in augustus 2022 gescheiden. De rechtbank had bepaald dat de echtelijke woning verkocht zou worden en de overwaarde gelijk verdeeld, evenals de verdeling van auto's, bankrekeningen en inboedel. De vrouw kwam in hoger beroep tegen deze verdeling en verzocht onder meer om kinder- en partneralimentatie.
Het hof oordeelt dat de vrouw ontvankelijk is in haar hoger beroep en bespreekt de grieven gezamenlijk. De vrouw heeft haar standpunt over de verkoop van de woning gewijzigd en staat nu achter verkoop. Het hof bevestigt de verkoop en legt een dwangsom op van €500 per dag bij gebrek aan medewerking van de vrouw, met een maximum van €10.000. Ook wordt bepaald dat bij uitblijven van medewerking de beschikking in de plaats treedt van de door de vrouw te verrichten rechtshandelingen.
De inboedel wordt grotendeels aan de vrouw toegedeeld, met enkele specifieke zaken aan de man, waaronder kleding en elektronica. De gezamenlijke bankrekening wordt pas opgeheven na verkoop van de woning en het saldo wordt gelijk verdeeld. De vrouw en man zijn ieder voor de helft aansprakelijk voor een schuld van €1.425,- aan de vader van de vrouw. Het verzoek tot vaststelling van alimentatie is ingetrokken.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hof wijst overige verzoeken af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de verkoop van de woning met verdeling van de overwaarde, legt een dwangsom op bij niet-medewerking van de vrouw en bepaalt de verdeling van inboedel en bankrekening.