De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een geschil tussen InsureNL B.V. als verzoekster en meerdere vennootschappen behorend tot de Steijnborg Groep als verweersters, alsmede diverse belanghebbenden. Eerder had de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Steijnborg B.V. en Steijnborg Assurantiën B.V. en daarbij onmiddellijke voorzieningen getroffen, waaronder de benoeming van een bestuurder met beslissende stem en het beheer over aandelen.
Tijdens de procedure bereikten partijen een minnelijke regeling, waarna mr. Breek namens de Ondernemingskamer verzocht de procedure te beëindigen. Zowel InsureNL als de belanghebbenden bevestigden dat de procedure kon worden beëindigd.
De Ondernemingskamer constateerde dat er geen bezwaren waren tegen het verzoek tot beëindiging en dat geen belang zich tegen de beëindiging verzette. Daarom werd het onderzoek en de onmiddellijke voorzieningen met ingang van de beschikking beëindigd en werd de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De uitspraak werd gedaan door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2023. De procedure werd hiermee definitief beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van het geschil.