ECLI:NL:GHAMS:2023:1505

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 juni 2023
Publicatiedatum
28 juni 2023
Zaaknummer
23-002305-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens geslaagd beroep op noodweer bij mishandeling na verkeersruzie

Op 25 juni 2021 ontstond een verkeersruzie tussen verdachte en het slachtoffer op de snelweg A9, waarna zij elkaar bij een kruispunt in Amstelveen ontmoetten. Na een woordenwisseling gaf verdachte het slachtoffer een klap in het gezicht. Het hof heeft de verklaringen van beide partijen gewogen en concludeert dat het slachtoffer de confrontatie heeft gezocht door verdachte achterna te rijden en uit de auto te stappen.

De verklaring van het slachtoffer dat hij een bloemetje wilde halen, acht het hof niet geloofwaardig gezien de onlogische route en het tijdstip. De verdachte heeft consistent verklaard dat het slachtoffer aanstalten maakte hem te slaan door zijn arm omhoog te gooien. Het hof acht dit aannemelijk en kwalificeert dit als een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.

De reactie van verdachte, een klap met de vlakke hand, was noodzakelijk en proportioneel als zelfverdediging. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarden voor noodweer, waardoor de mishandeling niet wederrechtelijk was. Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter en spreekt verdachte vrij van de ten laste gelegde mishandeling.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens geslaagd beroep op noodweer bij mishandeling na verkeersruzie.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002305-22
datum uitspraak: 28 juni 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 augustus 2022 in de strafzaak onder parketnummer
13-328136-21 tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1978,
uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres01] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 juni 2023 en, overeenkomstig artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 25 juni 2021 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, [slachtoffer01] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het eenmaal of meermalen (met kracht) slaan/stompen op/tegen/in het gezicht/hoofd, althans het lichaam van voornoemde [slachtoffer01] .
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof – anders dan de politierechter – tot een vrijspraak van het ten laste gelegde komt.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.

Vrijspraak

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte een beroep op noodweer toekomt. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte zich noodzakelijk en proportioneel heeft verdedigd, nadat [slachtoffer01] achter de verdachte aan is gereden, discriminerende opmerkingen tegen hem heeft gemaakt en aanstalten heeft gemaakt hem een klap te geven. [slachtoffer01] heeft aantoonbaar gelogen over waarom hij achter de verdachte aanreed en hij heeft daarmee zijn intenties bij het achterna rijden van de verdachte verhuld. Het verhaal van de verdachte is daarentegen altijd consequent en consistent geweest, hetgeen zijn relaas aannemelijker maakt dan dat van [slachtoffer01] .
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte geen beroep op noodweer toekomt. De verklaring van de verdachte dat [slachtoffer01] hem wilde slaan wordt volgens hem op geen enkele wijze ondersteund.
Vastgesteld kan worden dat de verdachte op 25 juni 2021 omstreeks 20.30 uur met een grote snelheid op de linkerbaan van de snelweg A9 reed. Mede als gevolg van het rijgedrag van de verdachte ontstond een verkeersruzie tussen hem en [slachtoffer01] . De verdachte en [slachtoffer01] troffen elkaar vervolgens op een kruispunt nadat zij via afrit 4 de snelweg waren afgereden in de richting van Amstelveen. Beiden zijn daar uit hun auto gestapt. Er ontstond een woordenwisseling, waarna de verdachte [slachtoffer01] een klap met de vlakke hand in het gezicht heeft gegeven.
De verklaringen van de verdachte en [slachtoffer01] over de aanleiding voor het geven van de klap lopen uiteen. [slachtoffer01] heeft verklaard dat hij de afslag bij afrit 4 heeft genomen om een bloemetje te halen op weg naar zijn vriendin in [plaats01] en dat de verdachte hem uit het niets een harde klap gaf. De verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer01] achter hem aan is gereden en dat hij [slachtoffer01] een klap heeft gegeven met de vlakke hand nadat [slachtoffer01] zijn arm omhoog had gegooid en zo aanstalten had gemaakt om hem te slaan.
Het hof acht de verklaring van [slachtoffer01] dat hij de afslag bij afrit 4 heeft genomen om een bloemetje te halen op weg naar [plaats01] niet geloofwaardig, gelet op de niet voor de hand liggende route en het tijdstip waarop doorgaans geen reguliere bloemenwinkels meer open zijn. In zoverre is aannemelijk dat [slachtoffer01] zelf de (verdere) confrontatie met de verdachte heeft opgezocht door hem achterna te rijden, uit de auto te stappen en naar de verdachte toe te lopen. Dit gegeven doet ook afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn verklaring dat de verdachte hem uit het niets een harde klap gaf. De verdachte heeft daarentegen nimmer ontkend [slachtoffer01] een klap te hebben gegeven, hetgeen de geloofwaardigheid van zijn verklaring juist ten goede komt. Het hof gaat daarom ook uit van de verklaring van de verdachte omtrent de gebeurtenissen en acht aannemelijk dat [slachtoffer01] aanstalten heeft gemaakt de verdachte te slaan.
De door [slachtoffer01] gemaakte beweging met zijn arm, kennelijk met als doel de verdachte te slaan, vormt een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van het lijf van de verdachte, waartegen deze zich mocht verweren. De verdachte heeft als directe reactie op deze voorgenomen slaande beweging [slachtoffer01] een klap gegeven met de vlakke hand in het gezicht. Dit is een noodzakelijke, verdedigende gedraging geweest, die naar zijn aard en als directe reactie op de slaande beweging van [slachtoffer01] niet disproportioneel was.
Dit brengt met zich dat de verdachte een geslaagd beroep kan doen op noodweer, waardoor de wederrechtelijkheid van de ten laste gelegde mishandeling niet kan worden bewezen. Dat betekent dat de verdachte dient te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L. Leenaers, mr. J. Piena en mr. K.J. Veenstra, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 juni 2023.
Mr. J. Piena is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]