ECLI:NL:GHAMS:2023:1455
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek tot verhuizing met kinderen en vaststelling zorgregeling
De vrouw en de man zijn voormalige geregistreerde partners met gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen. Na hun relatiebreuk is co-ouderschap afgesproken waarbij de kinderen nagenoeg gelijkmatig bij beide ouders verblijven. De vrouw verhuisde in november 2022 naar een andere plaats en vroeg vervangende toestemming om met de kinderen te verhuizen, wat door de rechtbank werd afgewezen.
De vrouw stelde dat zij financieel niet in staat was om in de huidige woonplaats te blijven en dat de verhuizing in het belang van haar en de kinderen was. De man betwistte de financiële noodzaak en stelde dat de verhuizing het contact tussen hem en de kinderen ernstig zou beperken, wat niet in het belang van de kinderen is. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de beschikking van de rechtbank te bekrachtigen, omdat stabiliteit voor de kinderen belangrijk is.
Het hof oordeelde dat de vrouw tijdig in hoger beroep was gekomen en dat de belangenafweging het belang van de man en de kinderen bij het behouden van de huidige situatie zwaarder woog dan het belang van de vrouw bij verhuizing. De afstand en gevolgen voor het co-ouderschap waren te groot. Het hof stelde een zorgregeling vast waarbij de kinderen om het weekend bij de vrouw verblijven, met duidelijke afspraken over halen en brengen en vakanties.
De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en het verzoek tot vervangende toestemming tot verhuizing werd afgewezen. De zorgregeling werd aangepast in het belang van de kinderen en de betrokken ouders.
Uitkomst: Het verzoek van de vrouw om vervangende toestemming tot verhuizing met de kinderen is afgewezen en de zorgregeling is vastgesteld.