In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is het hof grotendeels meegegaan met de bewezenverklaring van openlijke geweldpleging en diefstal. De verdachte had samen met haar dochters het slachtoffer fysiek aangevallen en een tas van het slachtoffer weggenomen. Hoewel de verdediging vrijspraak bepleitte voor de diefstal wegens gebrek aan oogmerk, oordeelde het hof dat het oppakken en wegnemen van de tas met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening was verricht.
De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €500, subsidiair 10 dagen hechtenis, maar het hof vernietigde de opgelegde geldboete en legde in plaats daarvan een voorwaardelijke geldboete op, mede vanwege de persoonlijke omstandigheden en gezondheidsproblemen van de verdachte. Het hof achtte toepassing van artikel 9a Sr niet op zijn plaats gezien de ernst van de feiten.
De strafmaat werd bepaald met inachtneming van de ernst van de feiten, de impact op het slachtoffer en de maatschappelijke belangen. De verdachte had geen eerdere veroordelingen en liep tijdens het incident een gebroken neus op. De geldboete zal niet ten uitvoer worden gelegd tenzij de verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 25 mei 2023.