ECLI:NL:GHAMS:2023:1107
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing bewind wegens aanhoudende noodzaak en onvoldoende zelfredzaamheid
De rechthebbende is sinds maart 2019 onder bewind gesteld vanwege verkwisting en problematische schulden. Ondanks aflossing van schulden ervaart hij het bewind als beperkend en verzoekt hij om opheffing, stellende dat hij nu schuldenvrij is en een tweede kans verdient om zijn financiën te beheren.
De bewindvoerder betoogt dat de noodzaak van het bewind blijft bestaan omdat de rechthebbende nog onvoldoende zelfredzaam is. Het hof stelt vast dat, ondanks meerdere pogingen binnen zelfredzaamheidstrajecten waarbij extra geld werd gestort onder de voorwaarde dat dit zou blijven staan, de rechthebbende dit geld telkens direct heeft uitgegeven.
Hoewel de rechthebbende momenteel spaargeld heeft, is zijn inkomen beperkt tot een WIA-uitkering en vraagt hij regelmatig extra leefgeld. Dit wekt de vrees dat het spaargeld snel zal afnemen zonder financieel toezicht. Het hof concludeert dat niet is voldaan aan de criteria voor opheffing van het bewind op grond van artikel 1:449 lid 2 BW Pro en bekrachtigt de eerdere beschikking van de kantonrechter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het bewind wegens aanhoudende noodzaak en onvoldoende zelfredzaamheid.