ECLI:NL:GHAMS:2022:900
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs openlijke geweldpleging in hoger beroep
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor openlijke geweldpleging op 5 april 2019 te Utrecht, waarbij zij samen met anderen geweld zou hebben gepleegd tegen het slachtoffer. Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter en behandelt het hoger beroep.
De tenlastelegging betrof het duwen, slaan, schoppen en slaan met een honkbalknuppel door de verdachte en medeverdachten, waarbij het slachtoffer letsel opliep. De advocaat-generaal vorderde bewezenverklaring op basis van aangifte en getuigenverklaringen, terwijl de raadsman van de verdachte vrijspraak bepleitte wegens onvoldoende bewijs.
Het hof overweegt dat de verklaringen van de aangeefster en getuigen onvoldoende duidelijkheid geven over de specifieke geweldshandelingen van de verdachte. De aangeefster deed geen directe aangifte tegen de verdachte en getuigen konden niet met zekerheid aangeven welke verdachte welke handelingen verrichtte. Hierdoor is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte een significante bijdrage aan het geweld heeft geleverd.
Daarom spreekt het hof de verdachte vrij van het tenlastegelegde. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 maart 2022.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van deelname aan openlijke geweldpleging.