ECLI:NL:GHAMS:2022:899
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs openlijke geweldpleging in hoger beroep
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken van openlijke geweldpleging. De verdachte werd ervan beschuldigd op 5 april 2019 in Utrecht samen met anderen geweld te hebben gepleegd tegen het slachtoffer, waarbij gebruik zou zijn gemaakt van een honkbalknuppel.
De advocaat-generaal had gepleit voor bewezenverklaring op basis van aangifte en getuigenverklaringen, maar het hof oordeelde dat de verklaringen onvoldoende duidelijkheid boden over de specifieke rol van de verdachte. De aangeefster verklaarde dat de verdachte alleen had geroepen om niet te slaan en zelf geen geweld had gebruikt.
Getuigen konden niet met zekerheid aangeven welke geweldshandelingen door de verdachte waren gepleegd, mede doordat het zicht belemmerd was. Gezien de overeenkomsten tussen de verklaringen van de aangeefster en de verdachte concludeerde het hof dat niet overtuigend bewezen kon worden dat de verdachte een significante bijdrage had geleverd aan het geweld.
Daarom werd het vonnis van de politierechter vernietigd en sprak het hof de verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van openlijke geweldpleging.