ECLI:NL:GHAMS:2022:867
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand in strafzaak en verzoekschriftprocedure
De verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten gemaakt voor rechtsbijstand in een strafzaak en de daaropvolgende verzoekschriftprocedure. Het hof heeft het verzoekschrift tijdig ontvangen en de advocaat-generaal heeft een standpunt ingenomen. Tijdens de raadkamer is het verzoek behandeld zonder dat de verzoeker of zijn advocaat aanwezig waren.
Het hof overwoog dat de strafzaak was geëindigd zonder strafoplegging en dat op grond van artikel 534 Sv Pro schadevergoeding kan worden toegekend indien er billijkheidsgronden zijn. Uit de stukken blijkt dat de verzoeker vanaf het begin recht had op door de overheid gefinancierde rechtsbijstand. De keuze voor toevoeging werd pas later gemaakt, maar dit kan niet ten laste van de Staat komen omdat geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd.
Ook het verzoek tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure wordt afgewezen omdat het voor een rechtsgeleerde advocaat duidelijk had moeten zijn dat het onderliggende verzoek zou worden afgewezen. Het hof wijst het verzoek tot vergoeding af en beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de verzoeker.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand af wegens ontbreken van billijkheidsggronden.