ECLI:NL:GHAMS:2022:867

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 maart 2022
Publicatiedatum
22 maart 2022
Zaaknummer
000010-22 (530 Sv)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 44a WRBArt. 9a Sr
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand in strafzaak en verzoekschriftprocedure

De verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten gemaakt voor rechtsbijstand in een strafzaak en de daaropvolgende verzoekschriftprocedure. Het hof heeft het verzoekschrift tijdig ontvangen en de advocaat-generaal heeft een standpunt ingenomen. Tijdens de raadkamer is het verzoek behandeld zonder dat de verzoeker of zijn advocaat aanwezig waren.

Het hof overwoog dat de strafzaak was geëindigd zonder strafoplegging en dat op grond van artikel 534 Sv Pro schadevergoeding kan worden toegekend indien er billijkheidsgronden zijn. Uit de stukken blijkt dat de verzoeker vanaf het begin recht had op door de overheid gefinancierde rechtsbijstand. De keuze voor toevoeging werd pas later gemaakt, maar dit kan niet ten laste van de Staat komen omdat geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd.

Ook het verzoek tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure wordt afgewezen omdat het voor een rechtsgeleerde advocaat duidelijk had moeten zijn dat het onderliggende verzoek zou worden afgewezen. Het hof wijst het verzoek tot vergoeding af en beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de verzoeker.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand af wegens ontbreken van billijkheidsggronden.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000010-22 (530 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-001750-20
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats]
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, [naam] ,
[adres].

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 31 december 2021 ingekomen.
Op 18 januari 2022 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het openbaar ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 8 maart 2022 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. De verzoeker en zijn advocaat zijn niet in raadkamer verschenen.
De advocaat van verzoeker heeft op voorhand per e-mailbericht van 7 maart 2022 een standpunt aan het hof toegezonden, inhoudende dat zij meent dat er geen verplichting is verdachten op basis van een toevoeging bij te staan noch dat er een verplichting is tot aan het einde de zaak betalende bijstand te blijven verrichten. De gevraagde vergoeding zal dan ook moeten worden toegewezen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 605,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 25 oktober 2021 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Ad a
Artikel 44a, lid 1 Wet op de rechtsbijstand (WRB) luidt:
Indien een verdachte in een strafzaak is bijgestaan door een raadsman die op het moment van de verlening van rechtsbijstand is toegevoegd, wordt met uitzondering van de vergoeding van de eigen bijdrage, geen kostenvergoeding van een raadsman als bedoeld in artikel 530, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering toegekend, tenzij de toevoeging, anders dan na een daartoe ingediende aanvraag, wordt ingetrokken of beëindigd.
Een verdachte kan zich in een strafproces laten bijstaan door een raadsvrouw/raadsman die hetzij rechtsbijstand verleent op basis van een toevoeging, hetzij op betalende basis. Het bepaalde in artikel 44a WRB brengt mee dat de keuze voor de grondslag van de rechtsbijstand moet worden gemaakt voordat daadwerkelijk rechtsbijstand is verleend (Kamerstukken II, 2003-2004, 29756, nr. 3, p. 2).
Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de onder a verzochte vergoeding dient te worden afgewezen. Uit de door de advocaat overlegde stukken blijkt dat vanaf het moment dat de verzoeker zich tot zijn advocaat wende hij recht had op door de overheid gefinancierde rechtsbijstand. Dat de keuze voor rechtsbijstand op basis van toevoeging in een later stadium is gemaakt - namelijk nadat al daadwerkelijk rechtsbijstand was verleend op betalende basis - dient niet voor de rekening van de Staat te komen, temeer omdat door de advocaat geen redengevende omstandigheden zijn aangevoerd voor deze gang van zaken.
Gelet op het voorgaande acht de voorzitter geen gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van de verzochte vergoeding.
Ad b
Met betrekking tot het verzoek tot forfaitaire vergoeding van kosten van rechtsbijstand in een verzoekschriftprocedure overweegt het hof dat een (deels) afwijzende beslissing op het onderliggende verzoek dat ziet op de vergoeding van kosten van rechtsbijstand in de strafzaak, niet vanzelfsprekend met zich brengt dat ook het verzoek tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand ten behoeve van de verzoekschriftprocedure moet worden afgewezen. Ook bij vergoeding van kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure gaat het om een billijkheidsoordeel. Geen gronden van billijkheid bestaan indien het verzoeker, voorzien van een rechtsgeleerd advocaat, rechtstreeks uit de wet en/of de bestendige gepubliceerde jurisprudentie volstrekt duidelijk had moeten zijn dat het onderliggende verzoek zou worden afgewezen. In casu is hiervan sprake, gelet op tekst van de wet en de bestendige jurisprudentie van dit hof.

4.Beslissing

Het hof:
Wijst de verzochte vergoeding af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de enkelvoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting had mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 22 maart 2022.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 340,00 (driehonderdveertig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] o.v.v. [verzoeker] .
Amsterdam, 22 maart 2022,
mr. E. van Die, voorzitter.