ECLI:NL:GHAMS:2022:813

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 maart 2022
Publicatiedatum
18 maart 2022
Zaaknummer
23-002194-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep na intrekking

In deze zaak heeft de verdachte het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam ingetrokken. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte geen belang meer heeft bij voortzetting van het hoger beroep en dat er geen aanleiding is voor nader onderzoek.

Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft het hof de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit betekent dat het vonnis van de politierechter ongewijzigd blijft staan.

De beslissing is genomen door het enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 1 maart 2022. De uitspraak betreft een procedurele beslissing zonder inhoudelijke beoordeling van de strafzaak zelf.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-149280-21
parketnummer hoger beroep : 23-002194-21
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 1 maart 2022 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 16 juli 2021 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte]
voornamen:
geboren: op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Blijkens de akte intrekken hoger beroep van 28 februari 2022 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren (zoals staan vermeld in het proces-verbaal van de rolzitting in hoger beroep van 29 oktober 2021) in te trekken. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Gewezen door mr. V.M.A. Sinnige, in bijzijn van mr. S.K. van Eck, griffier.
mr. V.M.A. Sinnige