Uitspraak
[verdachte]
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 1 maart 2022 uitspraak gedaan over het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 1 juli 2021. De verdachte, geboren in 1982, heeft via haar raadsman laten weten het hoger beroep niet te willen handhaven. Hierdoor worden de eerder ingediende bezwaren ingetrokken.
Het hof overweegt dat er geen rechtens te respecteren belang is bij nader onderzoek van de zaak. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering wordt de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
De uitspraak is verstek gedaan, waarbij mr. V.M.A. Sinnige het vonnis heeft gewezen in aanwezigheid van griffier mr. S.K. van Eck. De beslissing betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en het vonnis van de politierechter blijft staan.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van bezwaren.