ECLI:NL:GHAMS:2022:723

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 maart 2022
Publicatiedatum
10 maart 2022
Zaaknummer
23-000300-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot het horen van getuige in hoger beroep strafzaak

In deze strafzaak in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Haarlem heeft het gerechtshof Amsterdam op 8 maart 2022 een tussenarrest gewezen. Tijdens de terechtzitting op 22 februari 2022 bleek dat het onderzoek met betrekking tot één van de parketnummers niet volledig was. De verdediging had een voorwaardelijk verzoek ingediend om een getuige te horen die eerder een belastende verklaring tegen de verdachte had afgelegd.

Het hof overwoog dat het in het belang van een eerlijk proces is dat de verdediging deze getuige kan ondervragen over haar eerdere verklaring. Daarom werd het verzoek toegewezen, het onderzoek heropend en geschorst, en werd de zaak verwezen naar de raadsheer-commissaris voor het horen van de getuige.

De zaak zal op een nader te bepalen datum worden hervat, waarbij indien mogelijk dezelfde samenstelling van rechters zal plaatsnemen. Het arrest bevat geen inhoudelijke beoordeling van schuld of straf, maar betreft een procedurele beslissing gericht op het waarborgen van het hoor en wederhoor.

Uitkomst: Het gerechtshof wijst het verzoek tot het horen van een getuige toe en beveelt heropening en schorsing van het onderzoek.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000300-21
datum uitspraak: 8 maart 2022
TEGENSPRAAK
Tussenarrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 26 januari 2021 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-300840-19 en 15-176352-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1997,
adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 februari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Overwegingen

Op de terechtzitting in hoger beroep van 22 februari 2022 is het onderzoek in deze strafzaak gehouden en gesloten.
Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek in de zaak met parketnummer 15-176352-20 niet volledig is geweest en dat het door de verdediging gedane (voorwaardelijke) verzoek tot het horen van getuige [getuige] dient te worden toegewezen. Het hof overweegt daartoe dat getuige [getuige] in het proces-verbaal van bevindingen van 4 juni 2020 een belastende verklaring heeft afgelegd jegens de verdachte. Tegen die achtergrond moet de verdediging in staat worden gesteld deze getuige te horen teneinde haar vragen te kunnen stellen over hetgeen zij heeft verklaard. Het hof wijst het verzoek toe.
Het hof zal daartoe het onderzoek heropenen, schorsen en de hervatting daarvan gelasten op een nader te bepalen terechtzitting.

Beslissing

Het hof:
Heropent het gesloten onderzoek, schorst dit in het belang ervan en beveelt de hervatting van het onderzoek op een nader te bepalen terechtzitting. [1]
Verwijst de zaak naar de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit gerechtshof voor het horen van de hierna te noemen getuige:
-
[getuige], geboren op [geboortedag 2] 1975 te [geboorteplaats 2], laatst bekende adres: [adres 2].
Stelt de stukken met het oog op het vorenstaande in de handen van de raadsheer-commissaris.
Beveelt de oproeping van de
verdachteen diens
raadsmanen het
slachtoffertegen de nog nader te bepalen terechtzitting.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.P. van Heusden, mr. M. Lolkema en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Damo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
8 maart 2022.

Voetnoten

1.Voor de nadere inhoudelijke behandeling van de zaak dienen 30 minuten te worden ingeruimd. De zittingsdatum dient te worden ingepland na het verhoor bij de raadsheer-commissaris. Indien mogelijk dient de zaak te worden aangebracht op een zitting van dezelfde samenstelling, maar anders in ieder geval op een zitting van mr. J.W.P. van Heusden.