ECLI:NL:GHAMS:2022:528
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging haal- en brengregeling bij omgang minderjarige ondanks gewijzigde omstandigheden vader
De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin zijn verzoek tot wijziging van de haal- en brengregeling voor omgang met zijn minderjarige dochter werd afgewezen. Hij stelde dat zijn gezondheid verslechterd is en dat de financiële en reistijdbelemmeringen hem verhinderen om aan de huidige regeling te voldoen.
De moeder voerde aan dat de situatie van de vader niet wezenlijk is veranderd en dat zij geen rijbewijs heeft, waardoor zij het vervoer niet kan overnemen. De Raad voor de Kinderbescherming onthield zich van advies omdat het geschil vooral praktische aspecten betrof.
Het hof stelde vast dat de vader een chronische motorische tic-stoornis en scoliose heeft, wat een wijziging van omstandigheden vormt. Desondanks achtte het hof de huidige regeling passend, mede vanwege de beperkte financiële middelen van beide ouders, de reistijd en het belang van de minderjarige die niet zelfstandig kan reizen. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en bepaalde aanvullend dat de vader de minderjarige tijdens het omgangsweekend op vrijdag bij school ophaalt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bestaande haal- en brengregeling en wijst het verzoek tot wijziging af.