ECLI:NL:GHAMS:2022:456
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 31 mei 2021. De verdachte heeft geen schriftelijke grieven tegen het vonnis ingediend en ook geen mondelinge bezwaren opgegeven tijdens de zitting. Daarnaast is niet gebleken dat er enig rechtens te respecteren belang bestaat bij het verder onderzoeken van de zaak.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft het hof de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de kantonrechter in stand blijft.
De uitspraak is gedaan door mr. N.A. Schimmel, in aanwezigheid van griffier J.L. Sterkenburg. Er is geen verdere inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven vanwege het ontbreken van grieven en belang.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en belang.