ECLI:NL:GHAMS:2022:445
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte na intrekking hoger beroep
In deze zaak heeft de verdachte het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter ingetrokken. Hierdoor worden de eerder ingediende bezwaren tegen het vonnis geacht te zijn ingetrokken. Het gerechtshof heeft vervolgens vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij nader onderzoek van de zaak.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en het vonnis van de politierechter in stand blijft.
De beslissing is genomen door het enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en het arrest is gewezen op 26 januari 2022. De griffier was J.L. Sterkenburg en de rechter die het vonnis heeft gewezen is I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep na intrekking.