De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs op 2 oktober 2019 te Amsterdam. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week, waarvan de uitvoering voorwaardelijk werd opgelegd voor de duur van twee jaren. Indien de verdachte zich binnen deze proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt, kan de gevangenisstraf alsnog worden uitgevoerd.
Daarnaast werd de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van veertig uur, met een vervangende hechtenis van twintig dagen indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht. De veroordeling betreft een overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het vonnis werd gewezen door mr. H.M.J. Quaedvlieg, in aanwezigheid van griffier J.L. Sterkenburg.