ECLI:NL:GHAMS:2022:3704

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 december 2022
Publicatiedatum
30 december 2022
Zaaknummer
200.275.461/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:350 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondernemingskamer bepaalt vergoeding onderzoeker in enquêterechtprocedure over beleid Esperaza Holding B.V.

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een zaak inzake een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Esperaza Holding B.V. over de periode vanaf 1 januari 2017. Op verzoek van Sonangol en Esperaza werd een onderzoek bevolen, waarbij mr. W.M.J. van Andel werd benoemd als onderzoeker. De kosten van het onderzoek werden aanvankelijk vastgesteld op maximaal €150.000 exclusief omzetbelasting.

Op 31 oktober 2022 diende de onderzoeker zijn onderzoeksverslag in, waarna het verslag en de bijlagen ter inzage werden gelegd. Op 28 november 2022 overhandigde de onderzoeker een overzicht van de gemaakte kosten, inclusief specificaties van de bestede uren, met een totale kostenpost van €150.000 exclusief btw, inclusief een korting van circa €7.200.

Na het bieden van gelegenheid tot uitlatingen ontvingen de rechters instemmende verklaringen van de advocaten van Schutte (bestuurder Esperaza), de curatoren van Exem Energy B.V., en geen bezwaar van Sonangol. De Ondernemingskamer achtte de kosten voldoende toegelicht, redelijk en stelde de vergoeding van de onderzoeker daarom definitief vast op €150.000 exclusief btw. Deze beschikking werd op 30 december 2022 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vergoeding van de onderzoeker wordt vastgesteld op €150.000 exclusief omzetbelasting.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.275.461/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 30 december 2022
inzake
1. de vennootschap naar vreemd recht
SOCIEDADE NACIONAL DE COMBUSTÍVEIS DE ANGOLA – SONANGOL E.P.,
gevestigd te Luanda, Angola,
VERZOEKSTER,
advocaten:
mr. M.J. Dropen
mr. R.H. Broekhuijsen, kantoorhoudende te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ESPERAZA HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTER,
advocaten:
mr. C.B. Schutte,
mr. L. Heide-Jørgensenen
mr. J. Geertsma, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ESPERAZA HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaten:
mr. C.B. Schutte,
mr. L. Heide-Jørgensenen
mr. J. Geertsma, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n

1.mr. R.P.A. DE WIT enmr. C. VAN DE MEENT,

in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EXEM ENERGY B.V.,
voorheen gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mr. M. Woltersen
mr. W.D.M. van Tuyll van Serooskerken, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n

2.[A] ,

wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. T.S. Jansen, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n

3.[B] ,

bij leven wonende/verblijvende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
oorspronkelijk in persoon (via videoverbinding) verschenen.
In het vervolg zullen de volgende partijen (ook) als volgt worden aangeduid:
  • verzoekster sub 1 met Sonangol;
  • verzoekster sub 2 tevens verweerster met Esperaza;
  • belanghebbenden sub 1 met de curatoren van Exem.

1.Het verloop van het geding

1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 17 en 22 september 2020, 18 januari 2021 en 3 november 2022, alle onder nummer 200.275.461/01 OK, en van 23 juni 2021 onder nummer 200.275.461/02 OK.
1.2
Bij de beschikkingen van 17 en 22 september 2020 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Esperaza over de periode vanaf 1 januari 2017, mr. W.M.J. van Andel (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aangehouden en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Esperaza. Tevens heeft de Ondernemingskamer bij die beschikkingen bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – voor zover nodig in afwijking van de statuten – dr. mr. C.B. Schutte (hierna: Schutte) benoemd tot bestuurder van Esperaza.
1.3
Bij de beschikking van 18 januari 2021 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 150.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.4
Op 31 oktober 2022 heeft de onderzoeker het verslag, met bijlagen, van het in 1.2 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Bij de beschikking van 3 november 2022 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde onderzoeksverslag, zonder de bijlagen, aldaar ter inzage ligt voor een ieder en dat de bijlagen bij het onderzoeksverslag aldaar ter inzage liggen voor belanghebbenden.
1.5
Op 28 november 2022 heeft de onderzoeker een overzicht van de door hem en enkele kantoorgenoten in verband met het onderzoek gemaakte kosten gegeven en specificaties van de aan het onderzoek bestede uren aan de Ondernemingskamer doen toekomen. In totaal hebben de onderzoeker en zijn kantoorgenoten kosten van € 150.000, exclusief btw, in verband met het onderzoek gemaakt, waarbij een verleende korting van afgerond € 7.200, exclusief btw, is inbegrepen.
1.6
De Ondernemingskamer heeft, na daartoe gelegenheid te hebben geboden, uitlatingen op het in 1.5 genoemde kostenoverzicht van de onderzoeker, met specificaties, ontvangen van:
  • mr. Geertsma op 7 december 2022, waarin staat dat Schutte akkoord gaat met het kostenoverzicht;
  • mr. Wolters op 7 december 2022, waarin staat dat de curatoren van Exem akkoord gaan met het kostenoverzicht;
  • mr. Drop op 8 december 2022, waarin staat dat Sonangol geen opmerkingen heeft ten aanzien van het kostenoverzicht.

2.De gronden van de beslissing

De onderzoeker heeft, zo overweegt de Ondernemingskamer, de in verband met het onderzoek gemaakte kosten voldoende toegelicht door middel van de in 1.5 genoemde stukken. Schutte en de curatoren van Exem hebben met die kosten ingestemd en Sonangol heeft geen bezwaar daartegen. Het bedrag aan onderzoekskosten komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW Pro dan ook bepalen als hierna te vermelden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 150.000, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. M.A.M. Vaessen, raadsheren, en W. Wind en dr. M.J.R. Broekema RV, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2022.