ECLI:NL:GHAMS:2022:36
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis rechtbank inzake ontoerekeningsvatbaarheid en zorgmachtiging zonder oplegging tbs met dwangverpleging
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank Amsterdam bevestigd waarin de verdachte vanwege ontoerekeningsvatbaarheid werd behandeld met een civiele zorgmachtiging. Het openbaar ministerie had verzocht om aanhouding voor een reclasseringsrapportage, oplegging van tbs met dwangverpleging, of ambtshalve afgifte van een nieuwe zorgmachtiging, welke verzoeken het hof heeft afgewezen.
Het hof baseerde zich op het behandelverloop van de verdachte, die na opname in een forensische psychiatrische afdeling was gestabiliseerd en overgeplaatst naar een open afdeling met laag beveiligingsniveau. De verdachte verblijft overdag thuis en ontvangt nog depotmedicatie zonder incidenten. De deskundigenrapporten waren verouderd en hielden geen rekening met de recente positieve ontwikkelingen.
Het hof overwoog dat oplegging van tbs met dwangverpleging een te verstrekkende maatregel zou zijn en dat de bestaande zorgmachtiging nog geldig is tot augustus 2022. Tevens werd toegelicht dat de wetgeving inzake de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voorschrijft dat na verlenging van een zorgmachtiging geen ministeriële toestemming vereist is voor tussentijdse beëindiging, mits aan strikte voorwaarden wordt voldaan.
Het hof zag geen aanleiding om ambtshalve een nieuwe zorgmachtiging af te geven, mede vanwege het ontbreken van actuele informatie en het positieve behandelverloop. Het vonnis van de rechtbank blijft daarmee ongewijzigd in stand.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek om tbs met dwangverpleging en een nieuwe zorgmachtiging af.