ECLI:NL:GHAMS:2022:3568

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
14 december 2022
Zaaknummer
23-004536-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 395a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van onnodige overlast op Max Euweplein

De verdachte werd beschuldigd van het veroorzaken van onnodige overlast en hinder aan weggebruikers en bewoners door zich op of omstreeks 15 januari 2019 gedurende minimaal 20 minuten in een portiek aan het Max Euweplein op de grond te bevinden.

In hoger beroep vernietigde het gerechtshof Amsterdam het eerdere vonnis van de kantonrechter en oordeelde dat de enkele vaststelling dat verdachte in het portiek zat niet voldoende is om onnodige overlast of hinder te bewijzen zoals in de tenlastelegging vermeld. De advocaat-generaal had een dag hechtenis gevorderd, maar het hof vond dit niet gerechtvaardigd.

Het hof verklaarde het tenlastegelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. Het vonnis werd vernietigd en er werd opnieuw recht gedaan. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 december 2022.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor onnodige overlast.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004536-19
datum uitspraak: 13 december 2022
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 26 november 2019 in de strafzaak onder parketnummer 96-073136-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Ter Apel te Ter Apel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
29 november 2022.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman - naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 15 januari 2019 te Amsterdam, op of aan een weg, te weten het Max Euweplein, zich zodanig heeft opgehouden en/of gedragen dat aan weggebruikers en/of aan bewoners van (een) nabij die weg gelegen woning(en) onnodig overlast en/of hinder werd veroorzaakt, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar minimaal 20 minuten in een portiek op de grond gezeten op kartonnen dozen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot één dag hechtenis.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe dat in het proces-verbaal overtreding slechts is geverbaliseerd dat de verdachte gedurende 20 minuten in een portiek zat op kartonnen dozen. Op basis van deze enkele vaststelling kan niet worden bewezen dat verdachte onnodig overlast en/of hinder heeft veroorzaakt aan weggebruikers of aan bewoners van woningen, zoals in de tenlastelegging is vermeld.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. M.L.M. van der Voet en mr. N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 december 2022.