ECLI:NL:GHAMS:2022:3550

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
14 december 2022
Zaaknummer
23-000497-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 395a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs voor aanleiding geven tot ongeregeldheden door uitdagend gedrag

De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 3 mei 2018 op het Leidseplein in Amsterdam door uitdagend gedrag aanleiding zou hebben gegeven tot ongeregeldheden en wanordelijkheden. Dit zou bestaan uit schreeuwen en het maken van masturberende gebaren richting verbalisanten.

In hoger beroep heeft het hof het dossier en de vorderingen van de advocaat-generaal en de raadsman bestudeerd. Uit het dossier blijkt dat alleen personen in de directe omgeving van de verdachte negatief reageerden op zijn gedrag, maar dat er geen aanwijzingen zijn dat dit aanleiding gaf tot ongeregeldheden of wanordelijkheden.

Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en verklaart dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen is. Daarom spreekt het hof de verdachte vrij van de tenlastelegging. De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 december 2022.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat zijn gedrag aanleiding gaf tot ongeregeldheden.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000497-20
datum uitspraak: 13 december 2022
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 12 februari 2020 in de strafzaak onder parketnummer
96-135447-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Ter Apel te Ter Apel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
29 november 2022.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 3 mei 2018, in de gemeente Amsterdam, op een openbare plaats / op of aan de weg, te weten Leidseplein, door uitdagend gedrag aanleiding heeft gegeven tot ongeregeldheden / wanordelijkheden, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar heeft geschreeuwd en/of masturberende gebaren richting de verbalisanten heeft gemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

Vrijspraak

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Op grond van de stukken in het dossier kan niet worden vastgesteld dat de verdachte door zijn gedrag aanleiding heeft gegeven tot ongeregeldheden en/of wanordelijkheden. Uit het dossier blijkt immers alleen dat personen in de directe omgeving van de verdachte negatief reageerden op zijn gedrag, maar niet dat dit aanleiding gaf tot ongeregeldheden of wanordelijkheden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. M.L.M. van der Voet en mr. N.E. Kwak in tegenwoordigheid van
mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
13 december 2022.