ECLI:NL:GHAMS:2022:353
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en vaststelling partneralimentatie na echtscheiding
Partijen zijn in 2001 in gemeenschap van goederen gehuwd en zijn in juli 2021 gescheiden. De peildatum voor de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap is de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek in september 2020. De gemeenschap omvatte onder meer de woning, drie auto's, een motor, spaargeld en inboedel.
In eerste aanleg was de woning verkocht en de opbrengst bij helfte verdeeld, evenals de roerende zaken. In hoger beroep zijn diverse geschilpunten over de verdeling van aandelen, banktegoeden, auto's, motor, sieraden en woonlasten aan de orde gekomen. Het hof vernietigt het deel van de beschikking over de verdeling van roerende zaken en bepaalt een nieuwe verdeling met concrete betalingsverplichtingen.
De Mercedes SL500 is aan de vrouw toegedeeld tegen €17.000 waarvan de man de helft ontvangt. De overige motorvoertuigen zijn aan de man toegedeeld met een betalingsverplichting aan de vrouw van €4.800. De sieraden, met name diamanten oorbellen, worden getaxeerd en kunnen worden overgenomen of verkocht met opbrengstverdeling. De man wordt veroordeeld tot betaling van woonlasten aan de vrouw vanaf april 2021 tot overdracht woning. Tevens wordt een bijdrage van de vrouw aan de man in de kosten van levensonderhoud vastgesteld.
De beschikking over de woningverdeling wordt bekrachtigd en de kosten worden tussen partijen gecompenseerd. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof herverdeelt de huwelijksgoederengemeenschap, bekrachtigt de verkoop van de woning, en stelt alimentatie- en woonlastenverplichtingen vast.