ECLI:NL:GHAMS:2022:3505
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot beëindiging gezamenlijk gezag afgewezen; zorgregeling tussen vader en kinderen vervalt
In deze zaak gaat het om een geschil tussen ouders over het gezamenlijk gezag en de zorgregeling voor hun minderjarige kinderen na echtscheiding. De vrouw verzocht het eenhoofdig gezag en het vervallen van de zorgregeling, terwijl de man het gezamenlijk gezag wilde behouden en de zorgregeling gehandhaafd wilde zien.
Het hof overwoog dat het gezamenlijk gezag niet beëindigd wordt omdat niet is gebleken dat de kinderen klem of verloren zullen raken tussen de ouders. De communicatie tussen de ouders is slecht, maar de moeder kan de dagelijkse zaken regelen en er is geen blokkade door de vader. Het verzoek tot eenhoofdig gezag wordt daarom afgewezen.
Ten aanzien van de zorgregeling constateerde het hof dat de kinderen veel weerstand hebben tegen omgang met hun vader en dat het forceren van contact averechts werkt. Gezien de leeftijd van de kinderen en de verstoorde relatie tussen ouders en kinderen, stelt het hof vast dat het in het belang van de kinderen is dat er geen zorgregeling tussen vader en kinderen geldt. Het verzoek van de vrouw om de zorgregeling te wijzigen wordt daarom toegewezen.
Het verzoek van de man om een dwangsom op te leggen wegens niet-nakoming van de zorgregeling wordt afgewezen, omdat de zorgregeling komt te vervallen. Het hof bekrachtigt het deel van de beschikking over het gezag en vernietigt het deel over de zorgregeling, waarbij het de zorgregeling wijzigt in het belang van de kinderen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot eenhoofdig gezag af maar bepaalt dat er geen zorgregeling tussen de vader en de kinderen geldt.