Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
MERCURY MUHENDISIK VE INSAAT SANAYI TICARET LIMITED SIRKETI,
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
in conventieonder meer gevorderd, kort gezegd, [appellanten] op straffe van verbeurte van een dwangsom te gebieden de gebreken te herstellen conform de posten in de schaderaming van ZNEB, hun vervangende toestemming te verlenen om de herstelwerkzaamheden op kosten van [appellanten] te laten uitvoeren als [appellanten] niet aan het gegeven gebod voldoen – waarbij [appellanten] worden verplicht om bij wijze van voorschot op de schadevergoeding een bedrag van € 44.000,00 te betalen –, [appellanten] op straffe van verbeurte van een dwangsom te gebieden de woning na herstel onmiddellijk weer ter beschikking van [geïntimeerde 1] te stellen en [appellanten] te veroordelen toe te staan dat [geïntimeerden] de huurbetalingsverplichting tot 0% terugbrengt over de periode vanaf 24 juni 2021 tot de dag dat de gebreken zijn verholpen, met beslissing over de proceskosten, inclusief nakosten en met wettelijke rente. [appellanten] hebben tegen onder meer deze vorderingen verweer gevoerd en
in reconventiegevorderd, kort gezegd, [geïntimeerden] op straffe van verbeurte van een dwangsom te verbieden inbreuk te maken op het eigendomsrecht van de woning en [geïntimeerden] te gebieden de sleutels van de woning aan hen af te geven. [geïntimeerden] hebben tegen deze vordering verweer gevoerd.
in conventie[appellanten] op straffe van verbeurte van een dwangsom veroordeeld om binnen drie maanden na betekening van dit vonnis de gebreken aan de woning deugdelijk te (laten) herstellen conform de posten in de schadebegroting van ZNEB, [geïntimeerden] – voor het geval dat [appellanten] niet aan deze veroordeling voldoen – toestemming verleend om de gebreken aan de woning te laten herstellen op kosten van [appellanten] en [appellanten] veroordeeld tot betaling van een voorschot van € 44.000,00 aan [geïntimeerden] , [appellanten] op straffe van verbeurte van een dwangsom veroordeeld om de woning onmiddellijk na voltooiing van de herstelwerkzaamheden aan [geïntimeerden] ter beschikking te stellen, bepaald dat bij voorlopige maatregel de door [geïntimeerden] aan [appellanten] verschuldigde huurbetalingsverplichting vanaf 24 juni 2021 tot aan de dag dat de gebreken zijn hersteld zal worden verminderd tot nihil, [appellanten] veroordeeld in de proceskosten, inclusief nakosten en met wettelijke rente, en het meer of anders gevorderde afgewezen. De voorzieningenrechter heeft
in reconventiede gevraagde voorzieningen geweigerd en [appellanten] veroordeeld in de proceskosten. Tegen deze beslissing alsmede de gronden waarop die beslissing berust komen [appellanten] in hoger beroep met een achttal grieven op.
grief 1faalt.
grief 2,
grief 3en
grief 4moeten worden verworpen.
grief 5eveneens faalt.
grief 6evenmin terecht is voorgesteld.
grief 7af.
grief 8faalt.