ECLI:NL:GHAMS:2022:3455
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor inzake beroepsfout advocaten bij VOG-procedure
In deze civiele zaak heeft appellant in hoger beroep het verzoek gedaan tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor tegen zijn voormalige advocaten, naar aanleiding van een beroepsfout bij de betaling van het griffierecht in een VOG-procedure. De kantonrechter wees dit verzoek af omdat de feiten die ten grondslag liggen aan de verwijten vaststaan en er geen andere betwiste feiten zijn die door getuigenverhoor bewezen kunnen worden.
Appellant wilde met het getuigenverhoor inzicht krijgen in de kansen op succes van de procedures tegen de afwijzing van zijn VOG-aanvraag, indien de beroepsfout niet was gemaakt. Het hof overweegt dat dergelijke gedachten of gedachtevorming geen feiten of rechten zijn die bewezen kunnen worden via een voorlopig getuigenverhoor, maar een juridische beoordeling vereisen die aan de burgerlijke rechter is voorbehouden.
Het hof concludeert dat het verzoek niet voldoet aan de eisen voor toewijzing van een voorlopig getuigenverhoor en bevestigt daarom de afwijzing. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De beschikking is openbaar uitgesproken op 6 december 2022.
Uitkomst: Het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen en de afwijzende beschikking wordt bekrachtigd.