ECLI:NL:GHAMS:2022:3063
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen raadsheren in civiele hoofdzaak
In de civiele procedure met zaaknummers 200.302.950/01 en 200.302.950/02 heeft verzoeker op 18 maart 2022 een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren die de hoofdzaak behandelden. De mondelinge behandeling vond plaats op 7 februari 2022 en de einduitspraak werd op 15 maart 2022 uitgesproken.
Het wrakingsverzoek betrof een beschuldiging van partijdigheid en vooringenomenheid, met de stelling dat doorslaggevende informatie doelbewust was genegeerd. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend, omdat het pas na de einduitspraak werd gedaan, terwijl artikel 37 Rv Pro vereist dat wrakingsverzoeken tijdig worden ingediend.
Daarom werd het verzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling gesteld. De wrakingskamer zag geen aanleiding tot inhoudelijke beoordeling van de geuite bezwaren en verklaarde het verzoeker niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening na de einduitspraak.