ECLI:NL:GHAMS:2022:2997
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet-handhaving
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 17 september 2020. Tijdens de terechtzitting op 10 oktober 2022 gaf de raadsman aan dat verdachte het hoger beroep niet wenste te handhaven. Er werden geen schriftelijke grieven ingediend en er was geen rechtens te respecteren belang dat nader onderzoek rechtvaardigde.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het hof besloot dat het hoger beroep niet ontvankelijk is en wees het arrest uit op dezelfde dag.
De meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters R.A.E. van Noort, D. Radder en V.M.A. Sinnige, wees het arrest uit. De griffier was R.M. ter Horst. Van Noort en Sinnige waren buiten staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet-handhaving en het ontbreken van grieven.