De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld door de economische politierechter voor het voorhanden hebben en opslaan van een grote hoeveelheid zeer gevaarlijk illegaal vuurwerk. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd wat betreft de strafbaarheid van het bewezenverklaarde, maar vernietigde het vonnis voor wat betreft de kwalificatie en de strafoplegging. Het bewezenverklaarde betreft een opzettelijke overtreding van artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer.
Het hof heeft de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is begaan meegewogen, evenals de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte heeft spijt betuigd en erkent de gevaren van zijn handelen. Gezien de risico’s voor de algemene veiligheid en de aard van het vuurwerk, legde het hof een taakstraf van 180 uur op, waarvan een deel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, om herhaling te voorkomen.
De straf is gebaseerd op diverse artikelen uit het Wetboek van Strafrecht, de Wet op de economische delicten, de Wet milieubeheer en het Vuurwerkbesluit. Het vonnis van de economische politierechter is voor het overige bevestigd.