Uitspraak
vte en raadsvrouw na aanhouding niet verschenen)
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 november 2021. Het gerechtshof Amsterdam heeft het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 16 september 2022 behandeld.
Tijdens de procedure heeft de advocaat-generaal verzocht om de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep. De verdachte heeft middels een akte en een e-mailbericht laten weten het hoger beroep niet te willen handhaven, waarmee de eerder ingediende bezwaren tegen het vonnis zijn ingetrokken.
Gezien het ontbreken van een rechtens te respecteren belang bij voortzetting van het hoger beroep en op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep. De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep na intrekking door verdachte.