ECLI:NL:GHAMS:2022:281

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 januari 2022
Publicatiedatum
2 februari 2022
Zaaknummer
23-001217-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet-handhaven van beroep

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 25 januari 2022 een arrest gewezen betreffende het hoger beroep van verdachte tegen een vonnis van de politierechter van 30 april 2021.

Het hoger beroep was ingesteld op 10 mei 2021 en de behandeling begon op 29 oktober 2021. Tijdens de zitting gaf de raadsman aan dat verdachte het hoger beroep niet wenste te handhaven, waarmee hij de eerder ingediende bezwaren introk.

Het hof concludeerde dat verdachte geen rechtens te respecteren belang heeft bij verdere behandeling van het hoger beroep. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Het arrest is uitgesproken door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, met mr. J.J.I. de Jong als rechter.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet-handhaven van het beroep.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001217-21
datum uitspraak: 25 januari 2022
VERSTEK
Schriftelijk arrest van de enkelvoudige kamer van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 april 2021 in de strafzaak onder parketnummers 96-176199-20 en 96-154969-19 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1995,
adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 januari 2022.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, ertoe strekkend dat de verdachte met toepassing van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Het hoger beroep tegen opgemeld vonnis is op 10 mei 2021 namens de verdachte ingesteld. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft op 29 oktober 2021 een aanvang genomen. Blijkens de e-mail van de raadsman van 25 januari 2022 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgeven bezwaren in te trekken. Daarom zal de verdachte, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting had mr. J.J.I. de Jong, in tegenwoordigheid van mr. R.M. ter Horst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 januari 2022.