De verdachte werd in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard door de politierechter, maar het openbaar ministerie stelde hoger beroep in. Het gerechtshof bevestigde aanvankelijk het vonnis, waarna de Hoge Raad het arrest vernietigde en de zaak terugwees voor hernieuwde behandeling.
De tenlastelegging betrof het besturen van een motorrijtuig onder invloed van alcohol met een bloedalcoholgehalte van 1,31 milligram per milliliter bloed, terwijl de verdachte nog geen vijf jaar in het bezit was van een rijbewijs. Het hof achtte het bewezen dat de verdachte op 6 oktober 2018 te Hoofddorp onder invloed van alcohol reed en daarbij een gevaarzettende situatie veroorzaakte.
Gezien de eerdere onherroepelijke strafbeschikking voor rijden onder invloed, rekende het hof de recidive aan de verdachte toe. Ondanks het ernstige feit en de recidive legde het hof een geheel voorwaardelijke geldboete van €400 en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor één jaar op, met een proeftijd van één jaar. Het hof nam daarbij de persoonlijke omstandigheden en het lering trekken uit het incident mee.
Het vonnis vernietigt het eerdere arrest en spreekt de verdachte vrij voor hetgeen niet bewezen is. De opgelegde straffen zijn gebaseerd op artikelen uit het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994.